Outdoor fotografie is een krachtig medium. Het kan ongelooflijke natuurlijke locaties vastleggen die veel andere mensen niet persoonlijk te zien kunnen krijgen. Het kan beleidswijzigingen doorvoeren om de natuur in stand te houden. En het kan ons herinneren aan alles waar we dankbaar voor moeten zijn.

In dit tweede deel van de ultieme gids voor natuur- en buitenfotografie leveren wij van Actioncam-Mania jou opnieuw enkele tips aan om jouw outdoor foto’s zo interessant mogelijk te maken.

Compositie en belichting

Het is altijd moeilijk om het over compositie en belichting te hebben, aangezien dit de plaats is waar kunst onderdeel wordt van het fotografische proces. Natuurlijk is er een ‘juiste’ belichting, waarbij de hoogtepunten niet teveel worden geaccentueerd en de schaduwen details behouden, maar een wereld waarin elk beeld ‘goed’ belicht is, zou wel een erg saaie plaats zijn...

In plaats van te doen wat juist is, is het beter om te begrijpen hoe jouw instellingen je beeldmateriaal kan beïnvloeden. Dan kan jij vervolgens zelf wel bepalen wat het beste is voor jouw visuele situatie. Hieronder gaan we verder in op het onderdeel belichting:

Sluitertijd

De snelheid van je sluiter geeft aan hoe lang jouw sensor wordt blootgesteld aan het licht dat uit jouw scène komt. Een korte sluitertijd stopt de beweging, terwijl een lange beweging bewegende objecten vervaagt.

In landschapsfotografie kan dit de beweging bevriezen van een opspattende rivier of bladeren die in de wind weggeblazen worden. Of misschien geef jij er liever de voorkeur aan dat ze vervagen, waardoor je een idee verkrijgt van die beweging. Het belangrijkste is hierbij te begrijpen hoe jouw keuze van de sluitertijd het onderwerp zal vervagen of bevriezen.

Diafragma

Jouw diafragma kent twee taken. Het bepaalt hoeveel licht in de camera is toegestaan en regelt de scherptediepte.

Bij een groot diafragma, zeg f/2.8, laat je lens veel licht binnen in de camera, wat betekent dat je een snellere sluitertijd kunt gebruiken, maar het betekent ook dat je minder scherptediepte (DOF) hebt. Dat wil zeggen dat er slechts een klein deel van jouw afbeelding, van voren naar achteren, in focus zal zijn.

Een klein diafragma zoals f/16 betekent dat er een langere sluitertijd vereist is om de belichting te bereiken die jij wilt, maar dat er meer op jouw afbeelding wordt scherpgesteld.

De meeste lenzen zijn het scherpst bij een stop of twee verwijderd van geheel open, dus overweeg een diafragma rond de f/8 tot f/11 voor een maximale algemene scherpte.

ISO

De ISO regelt de schijnbare gevoeligheid van jouw sensor voor het licht. In de praktijk zal het verhogen van je ISO jouw toestaan om kortere sluitertijden te gebruiken bij grotere openingen.

Het nadeel is dat het gebruik van een hoge ISO ook de neiging heeft om digitale ruis te creëren. Camera’s worden echter steeds beter in het beheersen van deze ruis, dus kan je vaak nog zonder problemen 3200 tot 6400 ISO toepassen.

De belichtings driehoek

Deze drie factoren (sluitertijd, diafragma en ISO) regelen de helderheid, scherptediepte en scherpte van jouw afbeelding. Ze communiceren met elkaar en je kunt er niet één veranderen zonder ten minste één van de anderen aan te passen.

Als jij niet echt bekend bent met de gevolgen van elk van deze instellingen voor de uiteindelijke opname, ga dan naar buiten en besteed een aantal uur met experimenteren, zodat jij die belichtingsdriehoek goed begrijpt.

Verkrijg jij nu ook een steeds beter idee hoe je het beste natuurbeelden vast kan leggen? Actioncam-Mania.nl assisteert jou graag met tips en tools om dit mogelijk te maken!

https://www.gopro-mania.nl/catalogsearch/result/?cat=0&q=Kit

Bronnen: creativelive.com & digital-photography-school.com